Diep in het weeshuis, Casa de la Madre y el Niño,
Waar mijn verhaal begon, zo vele jaren geleden.
In Bogotá, Colombia, een land doordrenkt van geheimen,
Als tweejarige ziel, verloren, vol van stille schreeuwen.
Angst en verdriet, als schaduwen over mijn kinderlijke hart,
In een wereld van mishandeling, corruptie, verward.
Geadopteerd, een sprankje hoop in de duisternis,
Een reis gestart naar een onbekend adres, een weg vol gemis.
Corrupt en onmenselijk, het land waar ik vandaan kwam,
Waar vele geadopteerden hun weg vonden, hun naam.
Een onzichtbare last van discriminatie op mijn schouders,
Gedragen door onwetendheid, een last die soms bevroor.

Via vele landen, een weg vol van strijd,
Adressen als pagina’s in een boek, soms met nijd.
Een zoektocht naar identiteit, naar begrip en acceptatie,
In een wereld die soms lijkt te draaien om confrontatie.
Noordwijkerhout, een dorpje in Nederlandse schijn,
Waar ik nu ben beland, op zoek naar een vleugje serene schijn.
Rust, succes, liefde, en een haven van veiligheid,
In de hoop dat Noordwijkerhout me dat biedt.
Laat me je meenemen op deze diepgaande reis,
Door de herinneringen, door de vreugde en het grijs.
Casa de la Madre y el Niño, een weeshuis van mijn jeugd,
Waar de kiemen van mijn verhaal ontsproten in de vreemde lucht.
In Bogotá, waar de zon soms verloren leek te gaan,
Werd ik geboren in een wereld die voor mij vreemd was, onbekend bestaan.
Het weeshuis, een plaats van onzekerheid en verdriet,
Waar ik als tweejarige ziel begon, een reis die ik niet verliet.
Een wereld waar corruptie heerste als een schaduw,
En onmenselijkheden dansten als een onzichtbare klauw.
Angst en mishandeling, met elke dag een nieuwe strijd,
Een lot dat ik droeg, als een kind, zo klein, verweven in de tijd.
In de armen van adoptie, een sprankje hoop ontvlamde,
Een weg begon, met onbekende bestemmingen, een reis die het leven vormde.
Een land vol geheimen, waar velen hun verleden vonden,
In het licht van adoptie, werden harten in liefde verbonden.
Van Colombia naar onbekende landen, adressen als een draad,
Geweven in het tapijt van mijn leven, een reis van weldaad.
Een weg vol discriminatie, soms onbewust, soms bewust,
In een wereld die mijn afkomst niet altijd heeft gekust.

Ondanks de discriminatie, de stille veroordelingen,
Ging mijn reis door, tussen vreemde ontmoetingen en zegeningen.
Noordwijkerhout, een dorpje in Nederland, een nieuw station,
In de hoop dat het mijn hart zou vinden, een nieuwe locatie.
De discriminatie en onwetenheid, als een schaduw in mijn verhaal,
Een deel van mijn reis, in elke stap, elke taal.
Maar Noordwijkerhout, met zijn bloemen en zijn zacht gefluister,
Lijkt een plek te zijn waar ik misschien vind wat ik zoek, mijn luister.
Rust, als de kalme golfslag van de zee,
Succes, als een bloeiende bloem in een zonnige allee.
Liefde, als een warme deken op een koude nacht,
Veiligheid, als een haven na een storm, een innerlijke pracht.
Noordwijkerhout, ik kijk naar jou met hoop in mijn ogen,
Misschien is hier de plek waar mijn verhaal wordt vervlogen.
Waar discriminatie wordt vervangen door begrip en licht,
En ik eindelijk rust, succes, liefde en veiligheid vind, zo dicht.

Moge de komende jaren een nieuw hoofdstuk schrijven,
Waar mijn verhaal verder gaat, met liefde als het doel om te beklijven.
Noordwijkerhout, ik ben hier met open armen en hart,
In de hoop dat mijn reis hier een nieuw begin heeft, een nieuwe start.








