De Muggentijd Breekt Aan!,zensitivity.nl,Anti Muggenmiddel, DEET,muggenplaag,

De muggentijd breekt aan!

De muggentijd breekt aan! Veel mensen worden gestoken

Tijdens het warme weer kan het gestoken worden door muggen een grote plaag zijn. Niet alleen zijn muggenbeten jeukend en ongemakkelijk, maar muggen kunnen ernstige ziekten, zoals Zika, West-Nijl virus, malaria en vele anderen ziekten overbrengen. Het kiezen van een effectief middel tegen muggen kan muggenbeten helpen te voorkomen en kan beschermen bieden tegen de door muggen overgebrachte ziekten.

Afweermiddelen tegen muggen

Met zoveel muggen afstotende middelen, die beschikbaar zijn, kan het lastig zijn om een ​​goede keuze te maken. Een effectief insectenafweermiddel kan beten helpen te voorkomen, individuen behoeden voor de irritatie van een beet, en hen te beschermen tegen de door de mug overdraagbare ziekte.

Een feit is, dat niet alle muggen prikken. Dit doen alleen de vrouwtjes. Wanneer een vrouwtjes mug prikt, zuigt ze bloed van de gastheer op, die de benodigde eiwitten en voedingsstoffen bevat voor haar voortplantingsdoeleinden.

Actieve bestanddelen in antimuggen middelen

Het is belangrijk om te weten welke actieve bestanddelen een afweermiddel bevat alvorens het te kopen. Hoewel een merk of een product van alles kan beweren, is het slechts het actieve bestanddeel dat bepaalt hoe effectief het middel zal zijn.

Er is een verscheidenheid aan actieve bestanddelen, die vaak in muggen afstotende stoffen worden gebruikt. Deze kunnen van natuurlijke of synthetische aard zijn. Sommigen werken zowel als een afweermiddel als insecticide tegen muggen.

Waar moet je op letten bij het aanschaffen van een anti muggenmiddel

  • Hoe effectief is het product bij het afstoten van één of meer soorten muggen
  • Hoe lang werkt het afweermiddel

Hieronder enkele van de meest voorkomende actieve bestanddelen die in muggenafstotende stoffen worden gebruikt.

DEET

DEET is al meer dan 60 jaar op de markt. Het is voor het eerst gepatenteerd door het leger van de Verenigde Staten om de soldaten te beschermen tegen insectenbeten. In de loop der jaren heeft DEET de effectiviteit tegen alle soorten muggen bewezen. Het beschermt ook tegen teken, vlooien, muggen en sommige vliegen.
DEET kan direct op de huid worden toegepast en is beschikbaar in concentraties van 5-100 procent in meer dan 100 verschillende producten. Het grootste nadeel is haar vettige gevoel en het aantasten van plastic en polyester.

Permethrine

Permethrin is zowel een afweermiddel als een contactinsecticide. Het wordt niet als veilig beschouwd om op de menselijke huid toe te passen. In plaats daarvan wordt het op kleding, tenten en ander materiaal aangebracht. In sommige gebieden wordt het gebruikt om een groot deel van de muggenbevolking ter plaatse te doden.

Picaridin (Icaridin)

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beveelt het middel aan om haar effectiviteit te gebruiken bij het afstoten van malariadragende muggen. Het is echter niet effectief bij alle soorten insecten.
In tegenstelling tot DEET is Picaridine reukloos, geeft geen vettig gevoel en zal de kleding of kunststoffen niet aantasten. Het kan worden verkregen in concentraties van 5-20 procent. Bij 20 procent is het gelijk aan de DEET-concentratie, die door het Amerikaanse leger wordt gebruikt en is effectief van 8-10 uur. In Nederland is het middel niet te koop.

IR3535

Dit is een insecten werend middel. De chemische benaming is: ethylbutylaminopropionaat en het is een carbonzuurester en een aceetamide. Het is al tientallen jaren op de markt en wordt niet meer door een octrooi beschermd. Het is niet zo effectief als DEET of enkele andere verbindingen die gebruikt worden om insecten af ​​te drijven. Het wordt beschouwd als veilig voor zowel kleding als huidtoepassingen.

Citronella

Het effect van Citronella is in de loop der jaren meerdere malen bestudeerd. Hoewel dit middel niet als effectief beschouwd ten opzichte van andere afweermiddelen, heeft Citronella aangetoond dat het voor sommige soorten insecten een beter afweermiddel is dan DEET. Citronella wordt beschouwd als veilig om op de huid aan te brengen en onderzoek heeft aangetoond dat het elke 30-60 minuten moet worden toegepast voor maximale effectiviteit.

PMD ( ParaMenthaanDiol )

PMD staat voor ParaMenthaanDiol (ook Citriodiol genoemd) en is de gesynthetiseerde versie van de olie van citroeneucalyptus (OLE). Het is een natuurlijk alternatief voor mensen die geen DEET kunnen gebruiken. PMD is een middel voor het afstoten van muggen die het West-Nijl-virus dragen. Citriodiol heeft een iets korter werking dan DEET. Het wordt over het algemeen beschouwd als veilig voor gebruik.

Wat verder van belang is bij een anti muggenmiddel

Bestudeer de labels om te bepalen welke muggenafstotende stof het meest effectief is. Als de actieve bestanddelen een hoog percentage juiste bestanddelen vormen, is het meestal effectief.
De werking van een product dat effectief is bij het voorkomen van muggenbeten, is één van de eerste dingen die u in een afweermiddel moet zoeken. Etiketten op afweermiddelen bevatten instructies over het gebruik van het product, voorzorgsmaatregelen en eventuele gevaren. Daarnaast worden de bestanddelen, samen met hun percentages.

Het percentage actieve bestanddelen helpt vast te stellen hoe effectief het zal zijn en hoe lang het zal duren. Gewoonlijk is het hoe hoger het percentage, hoe beter en langer het afweermiddel zal werken.
De inactieve bestanddelen kunnen belangrijk zijn voor personen die mogelijk allergisch kunnen zijn of een felle reactie hebben op bepaalde stoffen. Deze stoffen hebben geen invloed op de werking van het product, maar helpen het beter te binden, beter te doen ruiken of langer te behouden.

Tips voor het voorkomen van muggenbeten

Het voorkomen van muggenbeten houdt in dat u voorbereid bent. Vaak vereist dit meer dan alleen gewoon het juiste afweermiddel kiezen. Het is ook belangrijk om te weten wanneer en waar muggen de neiging hebben om te jagen.
Buitenshuis moeten mensen lange mouwen en broek dragen om zich te beschermen tegen beten. Het afweermiddel moet zo mogelijk op de blote huid en kleding worden aangebracht.
Tenslotte moet iemand weten hoe vaak een afweermiddel moet worden toegepast om maximale effectiviteit bij beten te voorkomen.

Welke ziekten kunnen muggen overdragen?

Muggen zijn wereldwijd bekend om sommige dodelijke ziekten te verspreiden. De meeste mensen zijn blij om een ​​jeukende beet te vermijden door een afweermiddel te gebruiken. Maar deze producten kunnen ook voorkomen dat iemand een ziekte krijgt ​​die door een mug wordt overgedragen.
Ziekten die door muggen worden gedragen:

  • Zika
  • gele koorts
  • West-Nijl-virus
  • malaria-
  • Chikungunya virus
  • encefalitis
  • knokkelkoorts

Of een mug een bepaalde ziekte kan overdragen hangt vooral af van de regio in de wereld waar men zich bevindt. Bijvoorbeeld, malaria is het meest voorkomend in delen van Zuidoost-Azië en Afrika dan in Europa of Noord-Amerika. Zo is Zika uitgebroken in Midden- en Zuid-Amerika en in delen van Noord-Amerika.
Lokale instanties voor ziekte- en insectenbestrijding hebben informatie, gericht op de risico’s in hun gebieden. Mensen die zich hierover zorgen maken kunnen het beste informatie inwinnen bij de lokale instanties waar men naar toe wil.

Hoe herken je cholera symptomen-zensitivity.nl-holistische blog

Cholera, de grootste uitbraak sinds jaren

Een aantal jaren geleden brak in Jemen een burgeroorlog uit, het was de grootste uitbraak sinds jaren. Door dit conflict zijn de infrastructuur, schoon watervoorziening, ziekenhuizen en rioolnetwerken vernietigd. Het gevolg hiervan is dat er een cholera epidemie is uitgebroken. Volgens het Rode Kruis wordt dit de grootste epidemie in de moderne geschiedenis. Verwacht wordt dat 1 op de 45 inwoners van Jemen, circa 600.000 mensen voor het eind van het jaar besmet worden. Inmiddels zijn er al circa 2000 mensen overlijden.

Wat is cholera

Cholera is een acute infectieziekte, veroorzaakt door de bacterie Vibrio cholerae. Deze bacterie vermenigvuldigt zich in de darmen en produceert toxine, maar penetreert niet in de bloedbaan of andere weefsels. Er bestaan verschillende serotypen; op dit moment wordt het merendeel van de ziektegevallen veroorzaakt door het biotype El Tor. De ‘klassieke’ Vibrio cholerae, net als het El Tor biotype behorend tot serotype O1, veroorzaakt geen epidemieën. In 1993 is in Bangladesh, India en Thailand een nieuw epidemisch type ontdekt, serotype O139. Deze heeft zich sindsdien over de gehele wereld verspreid. In Nederland komt de ziekte uitsluitend als importziekte voor (0-10 jaar). Reizigers worden in endemische gebieden slechts zeer zelden geïnfecteerd.

Ziekteverschijnselen van Cholera

Cholera verloopt in 85% van de gevallen asymptomatisch, maar kan ook (zelden) zeer ernstig en zelfs fataal verlopen. De ziekte is van korte duur. Het begin is acuut met braken en hevige, kortdurende diarree (‘rijstwater’). Er kan een snelle uitdroging met shock optreden. De patiënt heeft geen koorts en klaagt ook niet over buikkrampen. Lichter verlopende vormen van cholera kunnen een klinisch beeld hebben dat lijkt op een enteritis, veroorzaakt door Shigella of Salmonella. De asymptomatische infectie komt vaker voor dan het ‘klassieke’ ziektebeeld. Met name een infectie met het biotype El Tor verloopt vaak veel milder of zonder symptomen. De reiziger naar gebieden, waar cholera heerst, vertoont bij een besmetting zelden het ernstige ziektebeeld. De autochtone bevolking krijgt veel vaker door verminderde weerstand een ernstig verlopende cholera-infectie. De complicaties van de asymptomatische infectie zijn shock met nierinsufficiëntie. Andere complicaties zijn zeldzaam. De letaliteit van niet behandelde gevallen is bij lokale explosies van de ziekte hoog, vaak hoger dan 50%. Bij adequate behandeling bedraagt de letaliteit slechts 5%.

Diagnostiek

De diagnose wordt in de tropen tijdens een epidemie van de ziekte vastgesteld op het klinische beeld. Tijdens een epidemie moet men twijfelgevallen behandelen als cholera. De diagnose in individuele gevallen, zonder dat er een epidemie gaande is, kan veel moeilijker zijn. Het aantonen van de bacterie bevestigt de diagnose. De bacterie kan gekweekt worden uit de faeces en kan zichtbaar gemaakt worden met een donkerveld of fasecontrast-microscoop. Bij een ziektebeeld passend bij cholera en isolatie van non-O1 Vibrio cholerae dient de stam naar het RIVM gezonden te worden om na te gaan of het de O139 stam betreft. Een betrouwbare serologische test bestaat niet.

Incubatietijd

Enkele uren tot vijf dagen. Meestal twee tot drie dagen.

Besmettingsgraad

De mens raakt besmet door het nuttigen van besmet water of voedsel. Het water wordt besmet door feces of braaksel van patiënten. Het biotype El Tor overleeft doorgaans vijf tot tien dagen in water of voedsel, maar kan ook tot maximaal zes weken overleven. De infectie kan zich ook verspreiden door het nuttigen van onvoldoende verhitte melk of voedsel en groenten, welke met besmet water in aanraking zijn geweest. Ook via honden en vliegen kan de vibrio verspreid worden. Direct contact met feces of braaksel van een patiënt is eveneens een besmettingsweg.

Incubatieperiode

De ‘klassieke’ cholerabacterie kan tijdens de incubatieperiode in de feces gevonden worden. Tijdens de acute fase is de patiënt besmettelijk en blijft dat tot ongeveer een week na het verdwijnen van de verschijnselen. De Vibrio El Tor daarentegen kan men tot enkele weken en soms zelfs maanden na de ziekteperiode in de feces isoleren. Er zijn geen chronische dragers van de ‘klassieke’ cholera (V. cholerae). Chronisch dragerschap van biotype El Tor komt wel voor. Dit dragerschap kan maanden en soms zelfs jaren bestaan. Antibiotica (tetracycline) kunnen deze periode van dragerschap bekorten.

Behandeling

De behandeling bestaat uit snelle rehydratie met fysiologisch zout, aangevuld met kalium en bicarbonaat. Snellopende infusen zijn soms nodig om de vloeistofbalans in evenwicht te krijgen en te houden. Bij de meeste patiënten kan met Oral Rehydration Salts (ORS) worden volstaan. Tetracycline of cotrimoxazole (bij kinderen; 40 mg/kg) is het middel van keus. Het verkort de ziekteperiode en de uitscheidingsduur.

Wat is het Norovirus en is hier wat tegen te doen

Wat is het Norovirus en is hier wat tegen te doen

Tijdens de laatste Vierdaagse van Nijmegen verschenen er nieuwsberichten, dat het Norovirus de kop had opgestoken. Wat is het Norovirus, wat zijn de kenmerken, hoe wordt ik hiermee besmet en hoe kom ik er vanaf?

Wat is Norovirus?
De meeste niet-bacteriële uitbraken van gastro-enteritis zijn te wijten aan Norovirussen. Norovirussen omvatten Norwalk, Snow Mountain en Hawaii virussen. Ongeveer 90 procent van alle niet-bacteriële uitbraken van gastro-enteritis wordt door Norovirussen veroorzaakt. Een Norovirus besmetting kenmerkt zich ondermeer door zeer dunne ontlasting en braken bij geïnfecteerde mensen en dieren.
Het is niet eenvoudig om Norovirussen te bestrijden, omdat ze kunnen overleven in zowel warme als koude temperaturen en ze zijn bestand tegen veel ontsmettingsmiddelen. Aangezien Norovirussen continu genetische veranderingen ondergaan, kunnen mensen meer dan één keer in hun leven geïnfecteerd raken. Normaal gesproken heeft men bij herhaalde besmetting steeds minder ernstige symptomen.
Het Norovirus is zeer besmettelijk en komt geregeld in de vorm van epidemieën op relatief kleine schaal  voor. Vooral in de winter is het virus actief. Daarom wordt het ook wel ‘winter vomiting disease’ (winterbraken) genoemd en veroorzaakt buikgriep en diarree. De typische vertegenwoordiger is het Norwalkvirus. Wereldwijd wordt 50% van alle buikgriepgevallen toegerekend aan deze virussen.
Vooral in een omgeving waar mensen dicht bij elkaar zijn, zoals scholen, is het risico van besmetting groot. Handen wassen na het toiletbezoek of na contact met een patiënt met diarree of die gebraakt heeft zijn van essentieel belang om verspreiding te voorkomen. De ziekte gaat in principe vanzelf over, maar bij uitdrogingsverschijnselen kan ziekenhuisopname noodzakelijk zijn om vocht via een infuus toe te dienen. Het virus is genoemd naar de plaats Norwalk in Ohio, waar het in 1968 voor het eerst werd beschreven.

Feiten over het Norovirus
Per jaar krijgen ongeveer 4,5 miljoen Nederlanders buikgriep. Ongeveer een half miljoen gevallen wordt veroorzaakt door het Norovirus. Bij jonge kinderen, ouderen en mensen met een verzwakte afweer kunnen de klachten ernstiger zijn en kan de ziekte aanzienlijk langer duren.

  • Wereldwijd wordt ongeveer 90 procent van de niet-bacteriële gevallen van gastro-enteritis veroorzaakt door Norovirussen.
  • Hoewel het virus bekend is als ‘winterbraken’, kan het Norovirus op elk moment van het jaar de kop opsteken.
  • Norovirusuitbraken komen veelal voor in drukke of gesloten gemeenschappen.
  • De meest voorkomende oorzaak van Norovirusbesmetting wordt veroorzaakt door verontreinigd voedsel.
  • Eenvoudige maatregelen van persoonlijke en voedselhygiëne kunnen de overdracht van Norovirus aanzienlijk verminderen.

De besmetting kan worden veroorzaakt worden door:

  • Consumeren van bedorven voedsel
  • Niet hygiënisch het eten bereid
  • Besmet water drinken
  • Overdracht door een geïnfecteerd persoon of via een verontreinigd oppervlak

Symptomen Norovirus besmetting:

  • Vaak plotseling begin van misselijkheid, braken (ook wel projectiel braken genoemd vanwege de soms optredende heftigheid), hoofdpijn, buikpijn, diarree, maagkrampen, spierpijn, malaise en milde koorts zijn de meest voorkomende klinische symptomen.
  • Er is geen bloed of slijm in de ontlasting (feces).
  • De besmetting duurt gemiddeld twee dagen bij personen met een goede gezondheid, maar soms kan aanzienlijk langer duren bij ouderen.

Verband duur besmetting en leeftijd
Bij volwassenen gaat het in de meeste gevallen vanzelf over na één tot vier dagen. Voor jongeren geldt het volgende:

  • Zes dagen met vooral diaree voor 0-jarigen.
  • Vier a vijf dagen voor jonge kinderen.
  • Twee dagen met vooral braken voor (jong)volwassenen.

Verdenking van Noro besmetting:

  • Projectiel braken in meer dan 50 % van de gevallen.
  • Een ziekteduur van 12 tot 60 uur.
  • Een incubatietijd van 15-48 uur.

Behandeling Norovirus besmetting

  • Er bestaat geen geneesmiddel tegen deze buikgriep.
  • De symptomen gaan in de meeste gevallen vanzelf over na 1 tot 4 dagen.
  • Het is belangrijk dat de zieke voldoende vocht, suikers en zouten binnen krijgt om uitdroging te voorkomen (vanwege de diarree en braken).
  • Als de zieke het kan verdragen kunnen kleine hoeveelheden licht voedsel worden gegeten.
  • Alcohol en koolzuurhoudende dranken moeten vermeden worden.
  • Bij twijfel aangaande het herstel dient de huisarts te worden geraadpleegd.

Niet naar werk of school gaan bij besmetting!
Zieke personen en zeker diegenen die betrokken zijn bij verpleging in het ziekenhuis of verpleeghuis of andere patiëntenzorg of bij voedselbereiding, worden dringend aangeraden om niet naar hun werk te gaan zolang de klachten aanhouden.

Maatregelen ter voorkoming Norovirus besmetting
Mensen die voedsel bereiden voor anderen kunnen heel gemakkelijk het Norovirus doorgeven.

  • Laat de zieke tot drie dagen nadat men klachtenvrij is GEEN voedsel bereiden voor anderen.
  • Was de handen zeer goed na toiletgebruik, voor de bereiding van voedsel, voor het eten en zeker na het opruimen van diarree en braaksel.
  • Gebruik liever papieren handdoeken na het handen wassen. Anders moet men de handdoeken dagelijks verschonen.
  • Zieken dienen een apart toilet te gebruiken tot 3 dagen na het verdwijnen van de klachten.
  • Maak dagelijks het toilet schoon met een bleekwateroplossing (liefst 40 delen water op 1 deel bleekwater). Maak het toilet altijd schoon van de schone kant naar de vieze kant.
  • Maak ook de deurknop, de kraanknop, de spoelknop v/h toilet en de lichtschakelaar schoon.
  • Vuile was dient apart te worden gewassen in de wasmachine op een zo hoog mogelijke temperatuur. Kookwas 90 graden of 2 maal op 60 graden. Bij die laatste was dient na het drogen van het wasgoed/beddengoed gestreken te worden op een zo hoog mogelijke temperatuur.

Hoewel de ziekte niet ernstig is kan men er soms wel erg ziek door voelen. De milde en symptoomloze gevallen kunnen juist een grote bijdrage leveren aan de verspreiding van de ziekte.

[KD.Zen-033]

Wat Is Een Zonnesteek Of Een Hitteberoerte En Hoe Voorkom Je Dit,zensitivity.nl,hitteplan

Wat is een zonnesteek of een hitteberoerte

Wat is een zonnesteek of een hitteberoerte en hoe voorkom je dit

Hitteprobleem: Symptomen en Behandeling bij zonnesteek of hitteberoerte

Een zonnesteek en een hitteberoerte ontstaan door uitdroging. Bij langdurige hoge temperaturen geeft het lichaam, door transpiratie, teveel vocht af. Als dit niet wordt aangevuld door regelmatig te drinken ontstaat er een tekort. Dit heeft tot gevolg, dat de lichaamstemperatuur stijgt. Dit noemt men ‘warmtestuwing’. Door het tekort aan vocht wordt de doorbloeding minder, waardoor het lichaam stopt met transpireren. Komt de lichaamstemperatuur boven de 40 graden Celsius, dan ontstaat een gevaarlijke situatie: veel cellen en weefsel raken beschadigd. Andere vaak voorkomende symptomen zijn misselijkheid , aanvallen , verwarring, desoriëntatie en soms verlies van bewustzijn of coma. Dit noemt men een ‘hitteberoerte’.

  • Een hitteberoerte is de ernstigste vorm van oververhitting van het lichaam en wordt beschouwd als een medisch noodgeval. Als u vermoedt dat iemand een hitteberoerte heeft – ook wel zonnestraal genoemd – bel dan onmiddellijk 112 en verleen direct eerste hulp tot de ambulance arriveert;
  • Een hitteberoerte kan schade aan de hersenen en andere inwendige organen veroorzaken en zelfs de dood tot gevolg hebben. Hoewel de hitteberoerte vooral invloed heeft op mensen ouder dan 50, heeft het ook zijn tol geëist bij gezonde jonge mensen;
  • Een hitteberoerte komt vaak voor als een progressie van mildere oververhitting van het lichaam, zoals hittekrampen , flauwvallen en hitte-uitputting. Maar het kan ook voorkomen als je geen eerdere tekenen had van bevangen raken door de warmte.

Symptomen van zonnesteek of een hitteberoerte

  • Stuwende hoofdpijn
  • Duizeligheid en licht gevoel in het hoofd
  • Gebrek aan zweten ondanks de hitte
  • Rode, hete en droge huid
  • Spierzwakte of krampen
  • Misselijkheid en overgeven
  • Snelle hartslag, die sterk of zwak kan zijn
  • Snel, ondiepe ademhaling
  • Gedragsveranderingen zoals verwarring of desoriëntatie
  • Epileptische aanvallen
  • Bewusteloosheid

Wat te doen bij oververhitting

Als u vermoedt dat iemand een hitteberoerte heeft, bel onmiddellijk 112 of breng de persoon direct naar een ziekenhuis. Iedere vertraging op het gebied van medische hulp kan fataal zijn. Terwijl u wacht tot de ambulance arriveert, start u de eerste hulp. Verplaats de persoon naar een koele en schaduwrijk omgeving en verwijder eventuele onnodige kleding. Indien mogelijk, neem de lichaamstemperatuur van de persoon op en start de eerste hulpmiddel om de lichaamstemperatuur terug te brengen naar rond de 38 graden Celsius.

Probeer de volgende koelstrategieën bij hitteberoerte of zonnesteek

  • Houdt de patient koel door flink te ventileren, terwijl zijn of haar huid met een spons of een tuinslang met water wordt bevochtigd.
  • Doe ijspakken onder de oksels, in de lies, de nek en de rug van de patiënt. Omdat deze gebieden rijk zijn aan bloedvaten dicht bij de huid. Hierdoor kan het koelen van de lichaamstemperatuur worden verlaagd.
  • Dompel de patiënt in een douche of bad met koel water.
  • Als de persoon jong en krachtig is en een hitteberoerte heeft kunt u een ijsbad gebruiken om het lichaam te koelen.
  • Gebruik geen ijs voor oudere patiënten, jonge kinderen of patiënten met een chronische aandoening. Dit kan gevaarlijk zijn.

Risicofactoren van hitteberoerte bij warmte

  • Een hitteberoerte komt veel voor bij oudere mensen, die geen airconditioning of goede luchtstroom hebben. Andere risicogroepen omvatten mensen van iedere leeftijd, die niet genoeg water drinken, een chronische ziekten hebben of die overmatig alcohol gebruiken.
  • Warmteverlies is sterk gerelateerd aan de warmteindex, die een meting geeft van hoe warm men zich voelt wanneer de effecten van relatieve luchtvochtigheid en luchttemperatuur gecombineerd worden. Een relatieve luchtvochtigheid van 60% of meer belemmert de verdamping van zweet, waardoor het lichaam zichzelf kan afkoelen.
  • Het risico op oververhitting neemt dramatisch toe als de warmteindex naar 35 graden of meer stijgt. Daarom is het belangrijk – vooral tijdens hittegolven – aandacht te besteden aan de warmte-index en ook ervan bewust te zijn dat blootstelling aan volle zonneschijn de gerapporteerde warmteindex met 15 graden kan verhogen.

Als u in een stedelijke omgeving woont, kunt u tijdens een langdurige hittegolf bijzonder gevoelig zijn voor het ontwikkelen van oververhitting, vooral door atmosferische omstandigheden en slechte luchtkwaliteit. In wat bekend staat als het ‘hitte-eiland of urban heat island effect (UHI)’, gaat de temperatuur van asfalt en beton gedurende de dag omhoog en daalt deze uiteindelijk ‘s-nachts weer geleidelijk. Dat resulteert in hogere nachttemperaturen. UHI ontstaat als de temperatuur in een stedelijk gebied gemiddeld hoger is dan in het omliggende landelijk gebied.

Risicofactoren bij warmte die verband houden met oververhitting:

  • Leeftijd: zuigelingen en kinderen tot 4 jaar en volwassenen ouder dan 65 jaar zijn bijzonder kwetsbaar;
  • Gezondheidscondities: Deze omvatten hart- , long- of nierziekte , obesitas of ondergewicht, hoge bloeddruk , diabetes , psychische aandoeningen, alcoholisme , zonnebrand en eventuele aandoeningen die koorts veroorzaken;
  • Geneesmiddelen: Deze omvatten antihistamines , dieetpillen , diuretica , kalmerende middelen, stimulanten, anti-epileptica, hart- en bloeddrukmedicijnen , zoals bètablokkers en bloeddrukverhogers en medicijnen voor psychiatrische aandoeningen zoals antidepressiva en antipsychotica. Drugs, zoals cocaïne en methamphetamine zijn ook geassocieerd met een verhoogd risico op hitteberoerte.
  • Mensen met diabetes, die een verhoogd risico hebben kunnen hun risico’s onderschatten. Volgens een recente studie die werd gepresenteerd op de jaarlijkse bijeenkomst van het Endocrine Society door onderzoekers van de Mayo Clinic in Arizona, de National Ocean and Atmospheric Administration, en de National Weather Service.
  • Raadpleeg uw arts om te bekijken of uw gezondheidstoestand en medicijnen uw toestand bij oververhitting kunnen beïnvloeden.

Voorkom oververhitting bij warmte

Als de warmte-index hoog is, is het het beste om in een ruimte met airco te verblijven. Als u naar buiten moet, kunt u voorzorgsmaatregelen treffen door deze stappen te volgen:

  • Draag lichtgewicht, lichtgekleurde, losse kleding en een brede hoed.
  • Gebruik een zonnescherm met een zon beschermingsfactor (SPF) van 30 of meer.
  • Drink extra vloeistoffen. Om uitdroging te voorkomen, wordt het algemeen aanbevolen om minstens acht glazen water, vruchtensap of groentesap per dag te drinken. Omdat de hitte-verwante ziekte ook kan voortvloeien uit zoutuitputting, is het raadzaam om een elektrolytrijke sportdrank voor water te vervangen tijdens perioden van extreme hitte en vochtigheid.
  • Neem extra voorzorgsmaatregelen bij het uitoefenen of werken buiten. De algemene aanbeveling is 24 uur vloeistof te drinken, twee uur lichaamsbeweging en nog eens een kwart liter water of sportdrank toe te voegen vlak, voor het sporten. Tijdens het sporten moet u iedere 20 minuten nog eens 250cc water drinken, zelfs als u geen dorst hebt.
  • Annuleer buitenactiviteiten, stel ze uit of verplaats ze naar de koelste gedeelten van de dag.

Andere strategieën voor het voorkomen van hitteberoerte zijn:

  • Controleer de kleur van uw urine. Donkerere urine is een teken van uitdroging. Zorg ervoor dat u genoeg vloeistoffen drinkt om zeer lichtgekleurde urine te handhaven.
  • Meet je gewicht voor en na de lichamelijke activiteit. Het controleren van het verloren watergewicht kan u helpen bepalen hoeveel vloeistof u moet drinken.
  • Vermijdt vloeistoffen die cafeïne of alcohol bevatten, omdat door beide stoffen veel vocht onttrokken wordt en hitteverwante ziekten verergeren. Neem ook geen zouttabletten, tenzij uw arts u heeft verteld dit te doen. De eenvoudigste en veiligste manier om zout en andere elektrolyten te vervangen tijdens warmtegolven is het drinken van sportdranken of fruitsap.
  • Als u een woning hebt zonder ventilatoren of airconditioning, moet u, bij voorkeur tijdens het warmste gedeelte van de dag, minstens twee uur doorbrengen in een ruimte met airconditioning. Houdt de gordijnen, rolgordijnen of jaloezieën tijdens het warmste deel van de dag dicht en open ’s nachts aan beide zijden van uw woning de ramen om ventilatie te creëren.

Nadat u genezen bent van een hitteberoerte, zult u de volgende keer waarschijnlijk gevoeliger zijn voor hoge temperaturen. Dus het is het beste om warm weer en zware oefening te vermijden, totdat uw arts u vertelt dat het veilig is om uw normale activiteiten te hervatten.

UV index raadplegen voorkom zonnesteek of hitteberoerte

Ga je op pad, naar een festival, lange wandeling, hardlopen of welke andere activiteit dan ook. Bekijk voordat je weg gaat deze uv index. Op deze manier kan je voorzorgsmaatregelen nemen en kom je niet voor verrassingen te staan.

Hoogtevrees - is hoogtevrees een angststoornis,hoe ontstaat hoogtevrees,wat kan je doen tegen hoogtevress,acrofobie

Hoogtevrees je zult het maar hebben

Hoogtevrees je zult het maar hebben

Vrijwel iedereen heeft in min of meerdere mate angst voor hoogten, maar wanneer deze buitensporige vormen aanneemt, spreekt men van acrofobie, beter bekend als hoogtevrees. Acrofobie heeft veel gemeen met bathofobie, de vrees voor diepten. Beide fobieën houden verband met de vrees om te vallen.

Wat is hoogtevrees

Mensen die aan acrofobie lijden, kunnen vaak gewend raken aan bepaalde hoge plekken, zoals een woning in een flatgebouw. De angst kan echter terugkomen nadat men langdurig geen blootstelling heeft gehad aan hoogtesituaties.
Acrofobie is een specifieke fobie en kan net als de meeste van dergelijke fobieën vrij gemakkelijk worden behandeld door middel van gedragstherapie. Er zijn echter ook hardnekkige vormen bekend.
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten hoogtevrees:

  • Cognitieve hoogtevrees wordt veroorzaakt door angstgedachten, die gerelateerd zijn aan angst om te (kunnen) springen of angst dat een constructie niet sterk genoeg is
  • Pure optische hoogtevrees kan al achter glas (zonder echte bijgedachten) paniek geven, wanneer men op een etage van een flat verkeert.

Veel soorten hoogtevrees zijn echter een mengvorm van cognitieve en optische hoogtevrees. Hoogtevrees kan optreden ten gevolge van overbelasting, bijvoorbeeld na een burn-out of overspannenheid. Veelal blijft de hoogtevrees-gevoeligheid bestaan als de overbelasting weer is verdwenen. Vaak dient de hoogtevrees dan afzonderlijk te worden behandeld.

Verslaafd aan alcohol, wat nu?

Verslaafd aan alcohol, wat nu?

Het aantal slachtoffers ten gevolge van alcoholmisbruik en de jaarlijkse kosten die gemoeid zijn met alcohol, zijn vele malen hoger dan de slachtoffers en kosten ten gevolge van drugs. Het Nederlands Economische Instituut schat dat het verlies aan arbeidsproductiviteit het bedrijfsleven elk jaar circa een miljard euro kost.
Ook de medische kosten zijn enorm en beperken zich niet alleen tot leverziekten (levercirrose). De gezondheidszorg wordt ook geconfronteerd met ongelukken door dronken weggebruikers, geweld binnen het gezin en vechtpartijen onder invloed van alcohol; therapie (als gevolg van alcoholisme van één van de opvoeders), etcetera.

Kosten
Het accountantsbureau KPMG becijferde in 1995 dat alcoholproblemen op het werk de maatschappij zo’n 2½ miljard euro kost op jaarbasis; de helft daarvan is het berekende verlies van arbeidsproductiviteit, de rest aan uitkeringen van arbeidsongeschikten. Belangrijke kostenposten hierin zijn: de kosten als gevolg van de ongelukken die zij zelf meemaken, maar ook de ongelukken die zij veroorzaken bij anderen (materiële schade en de geweld binnen het gezin). Alcoholmisbruik houdt verder verband met een groot aantal medische aandoeningen. In 1993 werden de kosten van alcoholproblemen in Europa door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geschat op 5% tot 6% van het bruto nationaal product van elk land.

Mortaliteit
Jaarlijks sterven in Nederland 2500 mensen aan de directe gevolgen van alcohol, waarvan circa 250 door ongelukken in het verkeer (waarbij alcohol in het spel was) en ± 100 gewoon in huis, omdat ze bijvoorbeeld dronken van de trap vallen. Onder invloed van alcohol ontstaan veel vechtpartijen, huiselijk geweld en 17% van kindermishandeling. Bij een op de vier jonge mannen die sterft, speelt alcohol een rol. Daarmee is het de belangrijkste doodsoorzaak voor de leeftijdscategorie 15 tot 29 jaar.

Geschiedenis
Op kleitabletten van 6000 voor Christus, gevonden in de Nijldelta, vindt men recepten terug voor het bereiden van alcoholhoudende dranken. Het destilleren van alcohol is waarschijnlijk een Chinese uitvinding. Koning Hammurabi van Babylon kondigde in 2225 voor Christus de eerste drankwet af; hij legde de prijs van alcoholhoudende dranken aan banden en bepaalde dat niet iedereen het mocht verkopen. Het woord alcohol is afgeleid van het Arabische Alkuhl, dat extract betekent. Alcoholische dranken bevatten ethanol, een stof die direct giftig is voor de cellen van ons lichaam.

Opname van alcohol
Alcohol levert bij afbraak geen metabolieten, die bruikbaar zijn voor de opbouw van voor het lichaam benodigde stoffen en is dus geen voeding. Het beruchte bierbuikje ontstaat door de bijproducten van bier.
Alcohol wordt voornamelijk in het begin van de dunne darm opgenomen. Des te sterker de alcohol des te sneller deze wordt opgenomen, voedsel remt deze opname. Bij gedestilleerde dranken is de piek in het bloed 45 tot 60 minuten na inname, voor bier kan dat uren zijn.
Bijzonder is het bioritme voor de afbraaksnelheid: eenzelfde hoeveelheid alcohol wordt op verschillende tijdstippen van de dag door eenzelfde persoon met een andere snelheid afgebroken. Rond 5 à 6 uur in de vroege ochtend is de afbraaksnelheid het laagst, rond 19.00 uur het hoogst.

Alcoholpromillage
De vorm van de glazen voor alcohol is zo gevormd dat er gemiddeld 10 gram alcohol in zit. Met andere woorden 2 glazen wijn bevat evenveel alcohol als 2 glazen whisky. Het alcoholpercentage wordt gewoonlijk aangeduid met een volumepercentage (vol): aantal ml alcohol per 100ml drank.
Het alcoholpromillage (promillage alcohol in het bloed oftewel bloedalcoholspiegel) is afhankelijk van het zogenaamde verdelingsvolume. Omdat het verdelingsvolume sterk varieert (bijvoorbeeld bij een gewicht van 80kg van 42 tot 56 liter) is het niet mogelijk het alcoholpromillage nauwkeurig te voorspellen. Voor de berekening hanteert men de formule:

  • aantal consumpties X 10 gram gedeeld door het lichaamsgewicht X 0,72 (man) of 0,61 (vrouw)
  • Het toegestane alcoholpercentage voor deelname in het verkeer is in Nederland 0,5‰ (in Engeland en Duitsland 0,8‰).

Vrouwen zijn in het algemeen sneller door alcohol geïntoxiceerd dan mannen, aangezien vrouwen meestal meer vet en minder spieren hebben dan mannen (in spierweefsel zit meer water dan in vet, alchol wordt bij mannen dus meer verdund dan bij vrouwen). Een andere factor die het verschil verklaart zijn de geslachtshormonen bij vrouwen die van invloed zijn op alcoholconcentratie in het bloed.

Effecten
Een grotere inname werkt verdovend, het reactievermogen verminderd, het oordeelsvermogen wordt aangetast, met als gevolg onder andere zelfoverschatting. Voorts is er een emotionele ontremming (sentimentaliteit, krokodillentranen, agressie), Een alcoholist klaagt in de regel over moeheid, interesseverlies, prikkelbaarheid, driftbuien, slechte eetlust, misselijkheid, braken (vooral in de ochtend), maagklachten, slecht slapen, gejaagd, gespannen gevoel in de benen, loopstoornissen, impotentie.

  • Verstoring opname voedsel
    Alcohol heeft een direct giftige werking op de wand van het maagdarmkanaal (waardoor gastritis of maagslijmvliesontsteking) met als gevolg verstoring opname van voedsel. Een symptoom hiervan is het braken met name in de ochtend.
  • Lever
    Leververgroting (door vet en eiwit), tenslotte de ontwikkeling van levercirrose (vervetting) door afsterving, ontsteking en een direct effect van alcohol op de lever.
  • Hart en bloeddruk
    Alcohol en de bijproducten (cobalt in bier) hebben een direct giftige werking op het hart. Naast deze giftige werking op het hart, is er ook vaak sprake van ritmestoornissen en een verhoogde bloeddruk.
  • Impotentie
    Acht procent van de mannelijke alcoholisten krijgt impotentieklachten, de helft blijft impotent, ook nadat zij zijn gestopt met drinken.
  • Dempende werking op centraal zenuwstelsel
    Bepaalde remmende systemen worden gedempt, waardoor ontremming.

    • Ontremming van het denken
      waardoor onder andere oordeels- en kritiekstoornissen, decorumverlies.
    • Remming kleine hersenen
      waardoor coördinatiestoornissen: slecht lopen, waggelen, evenwichtsstoornissen.
    • Emotionele ontremming
      hyperemotioneel, driftbuien, agressie.
    • Motoriek
      aantasting van de grove motoriek (niet over een rechte lijn kunnen lopen) en fijne motoriek (niet meer kunnen schrijven, dingen laten vallen) en de spraak (lallen).
  • Vitamine B1 (thiamine) tekort
    Vitamine B1 wordt in de lever (met behulp van onder andere magnesium) omgezet tot een actieve stof (TPP). Een tekort aan thiamine bij alcoholisten kan ontstaan door: verminderde opname (slechte voeding, blokkade door alcohol in bloed en verandering darmwand door chronisch alcoholgebruik) en afname verwerking (afname omzetting in TPP door beschadiging van de lever en verminderde beschikbaarheid magnesium). Vitamine B1 tekort kan leiden tot de volgende acute aandoeningen:

    • Ziekte van Wernicke
      Gekenmerkt door verwardheid, ataxie (evenwichtsstoornissen), oogspierparesen (verlamming oogspiertjes), nystagmus (snel rukkende beweging van de oogbol), polyneuropathie (aandoening zenuwen in armen en benen) en vaak een verlaagde bloeddruk. 15 % sterft (ten gevolge van infecties (aan de luchtwegen) of aan de complicaties van levercirrose.
      De oorzaak van de ziekte van Wernicke zijn fatale bloedingen in de middenhersenen.
    • Ziekte van Korsakow
      Geheugenverlies (niet in staat iets nieuws te leren door inprentingsstoornissen), desoriëntatie (met name plaats en tijd), en confabulaties (opvullen van leemtes in het geheugen met verzinsels) en karakterveranderingen.
    • Ziekte van Sjosjin
      Acuut falen van een, door thiaminegebrek, verzwakt hart, als plotseling een verhoogde inspanning wordt vereist.
  • Spieren
    Krachtsverlies, slap gevoel in voornamelijk de benen (vaak door tekort aan kalium, met name bij excessieve bierdrinkers); pijnlijke, gezwollen, krampende spieren met krachtsverlies (na enorme inname alcohol).
  • Schadelijkheid bijproducten
    Naast alcohol bevatten alcoholhoudende dranken talloze chemische verbindingen genaamd “congeners”, waarvan sommige giftige eigenschappen hebben. Bijvoorbeeld tyramine in rode wijn kan een migraine-aanval uitlokken en metabisulfiet, in sommige wijnsoorten een astma-aanval. Naast deze congeners worden er ook andere alcoholen aangetroffen, zoals methanol.

Voorkomen
Geschat wordt dat circa 2 tot 4% van de Nederlandse bevolking (ruim 300.000 mensen) aan alcohol verslaafd is (dagelijks meer dan twaalf glazen alcohol per dag). Tel daarbij op het aantal ‘stevige drinkers’ (gemiddeld zo’n acht glazen per dag), dan komen wij zeker op 650.000 mensen met een alcoholprobleem. De verhouding mannelijke alcoholisten / vrouwelijke alcoholisten was in de vijftiger jaren 20:1; nu ongeveer 1:2. Een van de twaalf mensen die alcohol drinken raakt er aan verslaafd. Elke alcoholist beïnvloedt de gezondheid of het sociaal functioneren van gemiddeld 4 personen in zijn omgeving in negatieve zin.

Afhankelijkheid
Er worden verschillende vagen termen gebruikt als het om alcohol gaat zoals: probleemdrinker, drankprobleem, alcoholmisbruik, sociale drinker, zware drinker, een alcohol gerelateerd probleem.
Alcoholisme kan worden opgevat als een chronische, recidiverende aandoening, die zonder behandeling altijd tot vroege sterfte aanleiding geeft. Onbehandeld sterft men tot 12 jaar eerder dan behandeld. Alcohol moet worden opgevat als een drug.
Een alcoholist is iemand die verslaafd is aan alcohol, waarbij er meestal sprake is van: controleverlies (geen maat kunnen houden), onttrekkingsverschijnselen, “craving” (zucht naar drank, geestelijke afhankelijkheid) en tolerantie.
Geestelijke afhankelijkheid kan al bij matig gebruik optreden: sommigen merken dat bepaalde dingen makkelijker afgaan met een borrel op, zich beter voelen, makkelijker praten. Anderen hebben een borrel nodig om de dag te beginnen, een biertje om naar hun werk te durven of een glas sherry voordat zij de moed hebben om de deur uit te gaan voor boodschappen.
Een berucht syndroom bij onthouding van alcohol is het delirium tremens: een acuut hersenfalen door beschadiging van hogere functies. Symptomen zijn onrust, angst, tremoren (trillen, beven), zweten, paranoïdie, versnelde hartactie, wisselend verlaagd bewustzijn, desoriëntatie, hallucinaties (meestal het zien van diertjes of insecten). Een klein deel van de alcoholisten ontwikkelen na onthouding epileptische insulten.

Behandeling met medicatie

  • Disulfiram
    Disulfiram remt de afbraak van aceetaldehyde in de alcoholstofwisseling. Het gevolg is dat na alcoholgebruik de spiegel van aceetaldehyde fors stijgt, hetgeen leidt tot een zogenaamde aversie reactie. Bij voldoende disulfiram, zal er na alcoholgebruik bij de meeste mensen (bij 5% van de patiënten gebeurt er niets) binnen 10 à 15 minuten het volgende gebeuren: daling bloeddruk, hartkloppingen, hoofdpijn, rood en warm gezicht, zweten, misselijkheid, overgeven, angst en spanning. De klachten duren enkele uren.
  • Acamprosaat
    Acamprosaat is effectief gebleken om hernieuwd alcoholgebruik aansluitend aan een initiële ontwenningskuur te voorkomen.
  • Vitamine B1 en magnesium substitutie

[KD.Zen-022]

Hospitality met zorg!

Hospitality met zorg!

Afgelopen woensdag ben ik op bezoek geweest bij Suzanne van Pelt, directeur Van der Valk Vitaal in Tiel. Het bedrijf biedt een scala aan voorzieningen voor patiënten die revalideren of na een ziekenhuisopname moeten herstellen en/of zorg nodig hebben. Ook biedt het bedrijf preventie en vitaliteitdiensten.
Ook externen kunnen gebruikmaken van de faciliteiten. Bijvoorbeeld familiebezoek dat tijdens de nacht zorg nodig heeft, kan er ’s nachts verblijven.

Dit alles ondersteund door medisch en paramedisch personeel. Zo is er een dermatoloog, cardioloog, huisarts, revalidatiearts, fysiotherapeut, mondhygiënist en verpleegkundige aan verbonden. Gasten kunnen gebruikmaken van de aanwezige welness voorzieningen: een yogacentrum, een fitnesscentrum, een sauna en een zwembad. Van der Valk gebruikt voor dit concept de term: ‘Hotel met Zorg’.

Mijn interesse gaat uit naar het concept, omdat ik geloof dat dit de zorg van de toekomst is. Patiënten die in alle vertrouwelijkheid, rust en comfort kunnen herstellen met de partner in de directe nabijheid.

Ik neem een duidelijk verschil waar in hospitality en klantvriendelijkheid. Dit laatste is bij ieder ziekenhuis aanwezig, maar hospitality is een bedrijfscultuur die bij een ziekenhuis ontbreekt en niet is te realiseren.

Een ziekenhuis verkoopt een zorgproduct. Dat is altijd onderhevig aan tijd en geld. En lest but not least is het ziekenhuis opgedeeld naar producent en de specialist. In het ziekenhuis verwordt de patiënt tot klacht of diagnose. De patiënt wordt niet meer als geheel gezien. Hij is ‘de gebroken heup’ of de ‘zieke lever’.

Onderzoek heeft aangetoond dat de opgenomen patiënt het immens belangrijk vindt dat het ‘belletje’, het noodsignaal voor de verpleegkundige, altijd onder handbereik is. Duidelijker kan onzekerheid en angst bij de patiënt niet worden aangetoond. Dat is te vertalen als een kreet om veiligheid en geborgenheid. Een kille ziekenhuiskamer, tijdgebonden professionals, en gemis aan bekenden zijn niet de oplossing.

Het moment komt dat de patiënt uit het ziekenhuis wordt ontslagen. Onder druk van prestatie-indicatoren en de zorgverzekeraars houdt het ziekenhuis de verpleegduur zo kort mogelijk. De tijd die het herstel gaat duren is afhankelijk van de diagnose en behandeling. Dan is het Hotel met Zorg een uitkomst voor het eerste of het volledig herstel met professionele hulp. De patiënt is niet langer de gebroken heup, maar meneer Janssen.

Niet vreemd: gastvriendelijkheid is in de bedrijfscultuur geworteld. De klant centraal is geen loze kreet maar realiteit. Dat noem ik hospitality met zorg.

Een ontwikkeling waar ik nog een toekomst zie voor het Hotel met Zorg is het buiten het ziekenhuis brengen van de chemo- en immuuntherapie. Patiënten kunnen zich tijdens deze behandeling ziek, onveilig en bang voelen. Het Hotel met Zorg kan dan de klantvriendelijke behandelplek worden voor de patiënt met de hem vertrouwde professionals.

Ik wil drie belangrijke argumenten noemen voor een Hotel met Zorg:

  • Een omgeving die het gevoel van onzekerheid en de angst die samenhangt met het ziekteproces vermindert door zorg door vertrouwde professionals.
  • Het is moeilijk zo niet onmogelijk, de continuïteit van professionele zorg in de thuissituatie te bieden.
  • Het is moeilijk om 24 uur per dag, 7 dagen per week mantelzorg te leveren.

Bovenstaand artikel komt bij u misschien over als een commercieel geïnspireerd verhaal.

Dat is niet mijn insteek, verre van dat. Het is ook niet alleen het verschil tussen klantvriendelijkheid en hospitality. Een ziekenhuis kent klantvriendelijkheid en dat is ingegeven door de organisatie, de processen, de financiële mogelijkheden. Een Hotel met Zorg heeft hospitality in zijn vaandel staan. Ook ingegeven door de organisatie, de processen en de financiële mogelijkheden.

Het is het naadloos aansluiten van de ziekenhuiszorg, de acute zorg, met de ‘herstelzorg’. Daarbij zijn de verblijfskostenkosten in een zorghotel circa de helft minder dan in een ziekenhuis.

Doe er uw voordeel mee!

[KD.Zen-021]

Wat gebeurt er als iemand stottert?

Wat gebeurt er als iemand stottert?

De Wereldgezondheidsorganisatie omschrijft stotteren als “onregelmatigheden in het spreekritme, waarbij de spreker precies weet wat hij wil uitdrukken maar daar op het ogenblik niet in slaagt, doordat zich een onvrijwillige herhaling, verlenging of onderbreking van een klank voordoet.” In het DSM-V is stotteren ingedeeld bij de ontwikkelingsstoornissen.

Stotteren
Stotteren heeft twee verschijningsvormen: het openlijk en het verborgen stotteren. Het “openlijk” stotteren zijn de blokkades, herhalingen en ongewilde pauzes tijdens het spreken. Het “verborgen” stotteren blijft voor de buitenwereld onzichtbaar, maar is vaak nog veel belangrijker dan het “openlijk” stotteren: het vermijden van “moeilijke” woorden, de spreekangst en de minderwaardigheidsgevoelens. Om deze reden wordt stotteren vaak vergeleken met de metafoor van de ijsberg. Het gedeelte van de ijsberg dat boven het wateroppervlak uitsteekt, is het openlijk stotteren. Het gedeelte van stotteren dat onder het wateroppervlak verborgen blijft, is vaak veel groter maar wordt door buitenstaanders niet waargenomen (“verborgen stotteren”).

Oorzaak
Momenteel hebben wetenschappers de exacte oorzaak van stotteren nog niet kunnen achterhalen. Er is enkel bekend dat stotteren een coördinatiestoornis is in de hersenen, waardoor stotteraars er niet in slagen om hun gedachten vloeiend te articuleren.
Vaak heeft stotteren een genetische oorzaak, want stotteren komt vaak in dezelfde families voor. Daarnaast blijken mannen veel meer last te hebben van stotteren: 80 % van de stotteraars zijn van het mannelijk geslacht. Ongeveer 1% van de bevolking stottert, waardoor wereldwijd 60 miljoen mensen last hebben van stotteren.
In de loop der jaren zijn reeds vele stottertherapieën ontwikkeld. Grosso modo zijn ze in twee grote families in te delen: stuttering modification en fluency shaping. Bij “stuttering modification” wordt stotteraars geleerd om vloeiend te stotteren en wordt vooral aan het verborgen stotteren gewerkt, terwijl bij “fluency shaping” gestreefd wordt naar een vloeiender spraak.

Wat is stotteren?
Stotteren is een stoornis in het spreken, dit heeft te maken met timing. Timing wil zeggen dat een spier juiste bewegingen maakt, met de juiste kracht en op het juiste moment. Stotteraars hebben hierbij meer moeite om deze bewegingen precies op elkaar af te stemmen. Iedereen heeft een computer in zijn lichaam die controleert wat je zegt, als het fout is verbeter je het. Bij iemand die stottert gebeurt dit te veel; als de spier net te laat een beweging maakt, geeft de computer dit nog eens aan. Daardoor hoor je herhalingen en verlengingen.

Vermijdingsgedrag
Sommige stotteraars doen soms veel om niet te stotteren, dit noemt men vermijdingsgedrag. Zo past hij de zinnen soms aan aan zijn behoeften en zet hij een gemakkelijker woord vooraan in de zin, ook al klopt het dan niet helemaal. Als je bv. in een klas wordt aangeduid en voelt dat je gaat stotteren, doen sommigen misschien volgende vermijdingstrucjes:

  • Doen alsof je niet weet waar we zitten (om tijd te winnen);
  • Doen alsof je niet oplette en even moet zoeken (om tijd te winnen);
  • Een klein woordje vooraan in de zin zetten dat je gemakkelijker kan uitspreken;
  • Als een leerkracht een vraag stelt, zeggen dat je (alsof) het antwoord niet weet;
  • Wat meer/minder lezen dan nodig was;
  • De tekst wat omvormen door enkele woordjes te vervangen door synoniemen.

Zeggen dat je ‘niet weet waar we zitten’ of ‘dat je niet goed oplette’, kan een slechte invloed hebben voor de leerkracht. Daarom zijn dat niet de beste oplossingen, maar voor stotteraars zijn dat de gemakkelijkste vermijdingsfactoren om zo weinig mogelijk te stotteren…

Wanneer begint stotteren?
Stotteren begint tussen twee en negen jaar, omdat kinderen dan meer en meer leren praten. Stotteren komt meer voor bij jongens of mannen (77.4%), dan bij meisjes en vrouwen. (22.6%) In de puberteit stotteren er meer mensen harder dan op andere leeftijdsgroepen. Vier is meestal het hoogste bij kinderen.
Bij neurogeen stotteren speelt leeftijd natuurlijk geen rol.

Tips als iemand stottert

  • Degene die stottert laten uitspreken en geduldig luisteren;
  • Oogcontact houden en laten zien dat je aandachtig meeluistert;
  • Lach hem niet uit;
  • Zeg niet: adem goed, praat rustig, rustig rustig, tik eens met je hand, begin eens opnieuw;
  • Pest of plaag degene die stottert niet, dat kan het verergeren;
  • Probeer zo goed mogelijk je gevoelens te bedwingen (bv. meelevend kijken)

Enkele weetjes

  • Stotterende mensen stotteren niet als ze zingen of alleen zijn (of tegen een huisdier praten);
  • In de puberteit zijn stotterende mensen meer bang om te stotteren;
  • 1 op 3 stopt volledig met stotteren;

Als je rustig en traag praat, heb je minder kans om te stotteren;
Sommige stotterende mensen hebben het liefst dat je hen laat uitpraten. Een woord vervolledigen voor hem/haar, kan goed bedoeld zijn, maar dan kan een stotteraar zich opgejaagd gaan voelen. Dit gaat zeker niet op voor alle stotteraars in alle gevallen! Er zijn stotteraars voor wie het een opluchting kan zijn dat het woord eruit komt,ook met een beetje hulp van een ander, omdat dat hem/haar en degene tot wie hij/zij zich richt in staat stellen het gesprek te vervolgen zonder de vaak pijnlijke afleiding van het onderwerp vanwege het stotteren.

Impocotechniek
Ivan Impoco (1956-) ontwikkelde een techniek die hem zelf van het stotteren afhielp. Zijn techniek bestaat erin om minder te articuleren en bij elke lettergreep een spiercontractie van de bovenarmen te doen.

[KD.Zen-020]

Wat is Chlamydia

Wat is Chlamydia en hoe ontstaat deze
De Chlamydia bacterie verspreidt zich door seksueel contact. Vervolgens nestelt hij zich in de slijmvliezen van de geslachtsdelen of de anus. Zolang de infectie niet wordt behandeld kan zij worden doorgegeven van de een op de andere persoon. Om verdere verspreiding te voorkomen is het zaak om Chlamydia tijdig te behandelen. Dit kan met een eenvoudige antibiotica kuur, waardoor de bacterie kan worden gestopt. De partner moet mede behandeld worden.

Wat zijn de verschijnselen?
Chlamydia kan verschillende ontstekingen veroorzaken: urinebuis, anus en baarmoedermond. Als vrouw merk je vaak weinig tot niets van een chlamydia-infectie. Door het ontbreken van duidelijke klachten kan het gebeuren dat een vrouw lang blijft doorlopen met een Chlamydia-infectie. Ondertussen kan onomkeerbare schade worden aangericht én kan de ziekte ongemerkt worden doorgeven aan anderen.

Verschijnselen bij de vrouw:

  • Soms helemaal geen klachten
  • Meer of andere afscheiding dan normaal
  • Pijn bij het plassen
  • Bloedverlies (buiten de periode van de menstruatie
  • Pijn bij het vrijen
  • Buikpijn

De infectie die door Chlamydia wordt veroorzaakt kan ongemerkt zijn weg vinden naar de eileiders. De eileider raakt ontsteken, waardoor pijn in de onderbuik ontstaat met koorts. Een ontsteking van de eileider die niet of te laat wordt behandeld veroorzaakt een onherstelbare beschadiging in de eileiders, waardoor de eileider minder goed doorgankelijk wordt voor eicellen. De Chlamydia-infectie kan zo dus leiden tot onvruchtbaarheid of buitenbaarmoederlijke zwangerschap.
Bij wangerschap is behandeling extra belangrijk. Tijdens de bevalling kan de Chlamydia bacterie worden overgedragen op de baby, waardoor de baby ernstige infecties kan krijgen (o.a. aan de ogen en de longen).

Verschijnselen bij de man
Ook bij de man zijn er soms helemaal geen klachten als gevolg van een Chlamydia-infectie, maar meestal wordt de infectie toch wel opgemerkt. Afscheiding uit de plasbuis van de penis is de meest voorkomende klacht, die binnen enkele weken ontstaat, nadat deze met chlamydia is besmet. Dit is merkbaar door om een kleine hoeveelheid waterige afscheiding in de ochtendurine. Een ander verschijnsel, dat veel minder vaak voorkomt is pijn bij het plassen.
Net als bij vrouwen kan ook bij mannen de ontsteking “opstijgen”. De bacteriën kunnen via de zaadleiders de bijbal bereiken en dan aanleiding geven tot een (pijnlijke!) bijbalontsteking. Als de bacterie zich naar de prostaat begeeft, kan ook deze ontstoken raken. Dit kan gepaard gaan met pijn, koorts en plasproblemen. Opstijgende infecties komen bij de man véél minder voor dan bij de vrouw.

Hoe wordt de diagnose gesteld?
In een uitstrijkje met een kweekstokje van baarmoedermond, plasbuis van de penis of de anus kan de aanwezigheid van de bacterie worden aangetoond. Ook uit onderzoek van de urine kan de aanwezigheid van chlamydia worden bepaald. Tijdens het onderzoek wordt gelijk op andere SOA’s gecontroleerd, zoals gonnorhoe syfilis (lues) en HIV.

Hoe wordt het behandeld?
Chlamydia wordt behandeld met een antibioticakuur. Het is (zoals bij elke voorgeschreven antibioticum kuur) belangrijk deze geheel af te maken. Partners van patienten die worden behandeld voor chlamydia dienen ook gelijktijdig behandeld te worden

En na de behandeling?
Chlamydia is gelukkig uitstekend te behandelen met antibiotica. Het is echter wel zaak te voorkomen dat opnieuw een besmetting plaatsvindt. Het gebruiken van een condoom is effectief in de bescherming tegen (her)infectie.

[KD.Zen-018]

wat is een Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPD)-zensitivity

Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPD)

Wat is Borderline Persoonlijkheidsstoornis (BPS)?

Borderline Persoonlijkheidsstoornis (BPS) is een complexe en intense psychische aandoening die zich kenmerkt door extreme instabiliteit in emoties, gedrag, relaties en zelfbeeld. Deze instabiliteit kan zich uiten in heftige stemmingswisselingen, impulsief gedrag en een diep gevoel van leegte. Voor iemand met BPS kan het leven voelen als een constante strijd tegen innerlijke chaos. De symptomen variëren van kortstondige woede-uitbarstingen en depressieve episoden tot angst en zelfs dissociatie, waarbij men zich losgekoppeld voelt van de werkelijkheid.

Het label “borderline” wordt vaak als misleidend beschouwd, omdat het suggereert dat deze aandoening zich tussen verschillende diagnoses bevindt. Toch is er nog geen betere term gevonden om deze complexe stoornis te omschrijven.

— advertentie–

Mode, van Nikes, high heels tot trendy jas voor dames en heren - in een klikMode

Symptomen en kenmerken van BPS

Bij mensen met BPS lijkt het alsof emoties voortdurend op scherp staan. Ze kunnen heftig reageren op gebeurtenissen die voor anderen relatief onbelangrijk lijken. Stel je bijvoorbeeld voor dat een vriend een afspraak afzegt; iemand met BPS kan dit ervaren als een verpletterende afwijzing, wat gevoelens van woede, angst of verdriet kan oproepen.

Hieronder een overzicht van veelvoorkomende symptomen:

  • Angst voor verlatenheid: Mensen met BPS doen vaak alles om echte of ingebeelde verlating te voorkomen. Dit kan zich uiten in verwoede pogingen om anderen dicht bij zich te houden.
  • Onstabiele relaties: Relaties wisselen vaak tussen intense idealisering en afwijzing.
  • Verstoord zelfbeeld: Het zelfbeeld kan sterk fluctueren, wat leidt tot een gevoel van onzekerheid over wie men is.
  • Impulsiviteit: Dit kan zich uiten in risicovol gedrag zoals roekeloos uitgeven, onveilige seks, overmatig eten of drugsmisbruik.
  • Zelfbeschadiging of suïcidale neigingen: Herhaaldelijk zelfbeschadigend gedrag komt vaak voor.
  • Intense stemmingswisselingen: Deze kunnen variëren van uren tot dagen.
  • Chronisch gevoel van leegte.
  • Moeite met woede: Ongepaste woede-uitbarstingen of een onvermogen om woede te beheersen zijn veelvoorkomend.
  • Dissociatie en paranoia: Mensen met BPS kunnen soms het gevoel hebben dat ze buiten zichzelf staan of dat de wereld niet echt is.

Sommige van deze symptomen kunnen ook voorkomen bij andere psychische stoornissen. Daarom is een grondige evaluatie door een professional essentieel.

Diagnostiek van BPS

Een diagnose van BPS wordt gesteld door een ervaren psychiater, psycholoog of therapeut. Dit proces omvat een diepgaand gesprek en, indien nodig, medische tests om andere oorzaken van de symptomen uit te sluiten. Omdat BPS symptomen kan delen met andere aandoeningen zoals depressie, angststoornissen of trauma-gerelateerde stoornissen, is het essentieel dat de diagnose zorgvuldig wordt gesteld.

Wat veroorzaakt BPS?

De exacte oorzaken van BPS zijn nog niet volledig verklaarbaar, maar wetenschappers hebben een aantal risicofactoren geïdentificeerd:

  1. Genetische factoren: Mensen met een familielid met BPS hebben een verhoogd risico op de aandoening.
  2. Traumatische ervaringen: Veel mensen met BPS hebben te maken gehad met misbruik, verwaarlozing of onstabiele relaties in hun jeugd. Toch ontwikkelt niet iedereen met een traumatische achtergrond deze stoornis.
  3. Hersenstructuur en -functie: Onderzoek toont aan dat veranderingen in hersengebieden die betrokken zijn bij emotieregulatie (zoals de amygdala) een rol kunnen spelen.

Hoewel deze factoren bijdragen aan het risico, is het belangrijk te benadrukken dat BPS niet iemands schuld is. Het is een complexe wisselwerking tussen biologische, psychologische en sociale factoren.

Behandelopties voor BPS

Hoewel het leven met BPS uitdagend kan zijn, zijn er effectieve behandelingen beschikbaar. Met de juiste hulp kunnen mensen met BPS een stabieler en bevredigender leven leiden.

Psychotherapie

Psychotherapie is de hoeksteen van de behandeling voor BPS. Verschillende therapievormen kunnen helpen:

  • Dialectische Gedragstherapie (DGT): DGT richt zich op het ontwikkelen van vaardigheden om emoties te reguleren, destructief gedrag te verminderen en relaties te verbeteren. Mindfulness speelt hierbij een belangrijke rol.
  • Cognitieve Gedragstherapie (CGT): Deze therapie helpt negatieve denkpatronen te herkennen en veranderen.
  • Schematherapie: Dit combineert elementen van CGT met een focus op het doorbreken van disfunctionele patronen die voortkomen uit negatieve jeugdervaringen.

Medicatie

Hoewel medicatie niet de eerste keuze is bij BPS, kan het helpen bij specifieke symptomen zoals angst of stemmingsstoornissen. Het gebruik ervan moet zorgvuldig worden afgewogen, omdat sommige medicijnen risico’s met zich meebrengen, zoals overdosering.

Ondersteunende therapieën

  • Familietherapie: Dit kan helpen om relaties te verbeteren en familieleden te leren hoe ze beter kunnen omgaan met de uitdagingen van BPS.
  • Groepstherapie: Groepssessies bieden steun en een gevoel van gemeenschap.

Leven met BPS, tips voor jezelf en je omgeving

Voor mensen met BPS:

  • Wees geduldig: Verandering kost tijd, maar elke stap vooruit is waardevol.
  • Creëer structuur: Regelmatige routines rondom slapen, eten en bewegen kunnen helpen.
  • Praat erover: Deel je gevoelens met mensen die je vertrouwt.
  • Vermijd middelenmisbruik: Alcohol en drugs kunnen je symptomen verergeren.
  • Zoek hulp: Laat je begeleiden door een professional en blijf openstaan voor behandeling.

Voor naasten:

  • Leer over BPS: Kennis helpt om meer begrip te tonen.
  • Blijf kalm: Probeer emoties niet verder te escaleren tijdens conflicten.
  • Zorg voor jezelf: Het ondersteunen van iemand met BPS kan zwaar zijn. Zoek zelf hulp indien nodig.
  • Moedig aan: Steun je geliefde in het zoeken van behandeling en herstel.

Borderline Persoonlijkheidsstoornis is een complexe, maar behandelbare aandoening. Hoewel de uitdagingen groot kunnen zijn, is herstel mogelijk met de juiste combinatie van therapie, steun en geduld. Voor zowel de persoon met BPS als hun naasten is het belangrijk om hoopvol te blijven en te investeren in groei en verandering. Zoek hulp en wees niet bang om te praten, je staat er niet alleen voor.

Nieuwste artikelen en onderwerpen

Kanker? Hoe ontstaat deze ziekte

Kanker? Hoe ontstaat deze ziekte en wat zijn de symptomen

‘Neoplasma Malignum’ is de Latijnse benaming voor kanker en heeft de volgende verschijnselen:

  • er zijn cellen die zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en dit blijven doen;
  • in het omliggende weefsel breiden de woekerende cellen zich uit in omliggend en richten schade aan (invasieve groei of infiltratie);
  • ook op ver weg gelegen gebieden in het lichaam worden de woekerende cellen aangetroffen (metastasering ofwel uitzaaiing). Dit gebeurt via de lymfevaten (lymfogene metastasering), via het bloed (hematogene metastasering) en in aanwezige lichaamsholten (bijv. buikholte).

Bijna alle medische specialismen hebben met kanker te maken. Echter de specialismen oncologie en radiotherapie zijn in de behandeling hiervan specialiseerd.
Na  hart- en vaatziekten is kanker in Nederland de belangrijkste doodsoorzaak. In 2005 overleden zelfs meer mannen aan kanker dan aan hart- en vaatziekten (bron: CBS).

— advertentie–

Mode, van Nikes, high heels tot trendy jas voor dames en heren - in een klikMode

Waar komt het woord kanker vandaan

Het woord “kanker” is afgeleid van het Latijnse woord “cancer”, dat oorspronkelijk “kreeft” betekent. Vertaald in het Duits heet de ziekte: “Krebs”. De naam is o.a. reeds door Galenus aan de aandoening gegeven, omdat in vroeger tijden de ziekte werd herkend aan de opvallend rode, gezwollen bloedvaten in de nabijheid van de gezwellen, die de artsen van toen deden denken aan de rode pootjes van een kreeft.

Wat is kanker

Kanker is een verzamelnaam voor meer dan honderd verschillende ziekten. Al deze verschillende soorten kanker hebben één gemeenschappelijk kenmerk: een ongeremde deling van lichaamscellen.

Hoe ontstaat kanker

Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden bouwstenen: de cellen. Voortdurend maakt ons lichaam nieuwe cellen aan. Op die manier kan het lichaam groeien en beschadigde en verouderde cellen vervangen. Nieuwe cellen ontstaan door celdeling. Bij celdeling ontstaan uit één cel twee nieuwe cellen, uit deze twee cellen ontstaan er vier, dan acht, enzovoort

  • Geregelde celdeling Gewoonlijk regelt het lichaam de celdeling goed. Elke celkern bevat informatie die bepaalt wanneer de cel moet gaan delen en wanneer zij daar weer mee moet stoppen.
    Deze informatie ligt vast in onze genen en wordt doorgegeven van ouder op kind. Dit erfelijk materiaal (DNA) komt voor in de kern van iedere lichaamscel.
  • Ontregelde celdeling Bij zoveel miljoenen celdelingen per dag, kan er iets mis gaan. Dit kan door toeval, maar ook door allerlei schadelijke invloeden: bijvoorbeeld door roken of zonlicht. Doorgaans zorgen ‘reparatiegenen’ voor herstel van de schade. Soms echter faalt dat beschermingssysteem. Dan gaan genen die de deling, groei en ontwikkeling van een cel regelen, fouten vertonen. Treden er verschillende van dat soort fouten op in dezelfde cel, dan gaat deze zich ongecontroleerd delen en ontstaat er een gezwel of tumor.

Goed- en kwaadaardig tumoren

Er zijn goedaardige en kwaadaardige tumoren. Alleen bij kwaadaardige tumoren is er sprake van kanker. Tumor is een ander woord voor gezwel. Goedaardige gezwellen, bijvoorbeeld wratten, groeien niet door andere weefsels heen en verspreiden zich niet door het lichaam. Wél kan zo’n tumor tegen omliggende weefsels of organen drukken. Dit kan een reden zijn om het gezwel te verwijderen.
Bij kwaadaardige tumoren zijn de genen die de cellen onder controle houden zo beschadigd, dat de cellen zich zeer afwijkend gaan gedragen. Zij kunnen omliggende weefsels en organen binnendringen en daar ook groeien. Zij kunnen ook uitzaaien.

  • Goedaardige gezwel: De gevormde cellen dringen omliggend weefsel niet binnen.
  • Kwaadaardig gezwel: De gevormde cellen dringen omliggend weefsel wel binnen.

Epidemiologie

In Nederland werden in 2003, volgens de Nederlandse kankerregistratie, ruim 73.000 gevallen van kanker vastgesteld. In 10% van deze gevallen is reeds eerder al een vorm van kanker gediagnosticeerd.

Bij 66.000 werd dus voor het eerst de diagnose kanker gesteld. Ieder jaar sterven in Nederland zo’n 24.532 mannen en 20.353 vrouwen aan kanker (rivm). Op dit moment wordt geschat dat ongeveer 116.000 mensen in Nederland kanker hebben.

  • Bij mannen komen met name de volgende typen kanker voor: prostaatkanker, longkanker en darmkanker.
  • Bij vrouwen komen het meest voor: borstkanker, darmkanker en longkanker.
  • Kankersoorten die bij kinderen en jongeren het meest frequent voorkomen zijn leukemieën, lymfomen en hersentumoren.

Alle types kanker:

  • Alvleesklierkanker
  • Baarmoederhalskanker
  • Blaaskanker
  • Borstkanker
  • Botkanker
  • Darmkanker
  • Eierstokkanker
  • Hersentumor
  • Huidkanker
  • Keelkanker
  • Leukemie
  • Leverkanker
  • Longkanker
  • Maagkanker
  • Melanoom
  • Nierkanker
  • Non-Hodgkinlymfoom
  • Prostaatkanker
  • Schildklierkanker
  • Slokdarmkanker

Oorzaken van mutaties bij kanker

Centraal in het ontstaan van kanker staan defecten in het DNA. Deze defecten worden ook wel mutaties genoemd. Ze kunnen aanvankelijk op de volgende manieren verkregen worden:

  • Erfelijke mutaties: Er zijn mutaties bekend die overgeërfd kunnen worden en een sterk verhoogd risico geven op het ontstaan van kanker. In dit verband wordt ook wel gesproken over erfelijke kanker. Voorbeelden hiervan zijn het BRCA1-gen en het BRCA2-gen. Vrouwen die door overerving een dergelijke mutatie hebben, hebben een sterk verhoogd risico op het krijgen van borstkanker en ook ovariumcarcinoom.
  • Verworven door infecties: Verschillende ziekteverwekkers worden in verband gebracht met het ontstaan van bepaalde typen kanker. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
    • Humaan papillomavirus en het cervixcarcinoom en peniscarcinoom
    • Schistosomiasis en het blaascarcinoom
    • Epstein-Barrvirus en het Burkitt-lymfoom
    • De bacterie helicobacter pylori en maagkanker
    • Het Merkelcelpolyomavirus dat aangetoond werd in Merkelcelcarcinoom
  • Fysische oorzaken: UV-straling en ioniserende straling kunnen kanker veroorzaken.
  • Chemische stoffen: Van verschillende chemische stoffen is bekend dat ze kanker kunnen veroorzaken (carcinogenen). Voorbeelden zijn:
    • Asbest en het mesothelioom
    • Benzopyreen in rook en het bronchuscarcinoom
    • Aromatische aminen in verf en het blaascarcinoom

Van mutatie naar kanker

Om daadwerkelijk kanker te krijgen moeten de mutaties optreden in genen die betrokken zijn het bij het reguleren en controleren van de celdeling. De volgende genen zijn met name van belang:

  • proto-oncogenen
  • tumorsuppressorgenen
  • genen die de apoptose regelen
  • genen die de DNA-repair regelen

Lichaamscellen hebben de beschikking over een DNA-reparatiesysteem. Hiermee kunnen afwijkingen in het DNA hersteld worden. Wanneer er een mutatie optreedt in een DNA-repairgen worden fouten in het DNA niet meer voldoende hersteld. Daardoor kunnen er steeds meer defecten ontstaan in het DNA.

Belangrijk om te onthouden

Belangrijk om te onthouden is dat kanker pas optreedt wanneer in een aantal van de bovengenoemde genen mutaties zijn opgetreden. Verder is het zo dat met iedere mutatie de kans op nieuwe mutaties steeds verder toeneemt.

Mutaties in proto-oncogenen en tumorsuppressorgenen maken mogelijk dat cellen ongebreideld kunnen delen. Bij iedere deling is er altijd (ook bij gezonde cellen) een kans op mutaties.

Dat mutaties in DNA-repair genen de kans op nieuwe mutaties verhoogt, spreekt voor zich. Dankzij onderdrukking van de apoptose wordt de cel niet vernietigd.

Er zijn nog meerdere mutaties…

Bij de ontwikkeling van kanker blijft het echter niet bij mutaties in de bovengenoemde genen. Naarmate het kankerproces voortschreidt, zullen er ook mutaties optreden waardoor:

  • nieuwe bloedvaten aangelegd kunnen worden naar de tumor in ontwikkeling (angiogenese)
  • de ontaarde cellen het omliggende weefsel binnen kunnen dringen (invasie)
  • de ontaarde cellen zich los kunnen maken uit hun omgeving en kunnen terechtkomen in andere plaatsen in het lichaam waar ze verder uitgroeien tot een tumor (metastasering)
  • de ontaarde cellen ‘onsterfelijk’ worden; normaal gesproken kan een cel niet vaker dan ongeveer 60 maal delen (Hayflick-limiet), kankercellen kennen deze limiet niet

Indien de ontaarde cellen uiteindelijk voldoen aan de kenmerken van kanker (ongebreideld kunnen delen, infiltreren in de omgeving en kunnen metastaseren), is er sprake van kanker.

Kankercellen zullen zich dan ook niet of nauwelijks nog met hun oorspronkelijke functie bezighouden, maar al hun energie aanwenden om te kunnen delen.

Er zijn vijf soorten maligne tumoren:

  • Carcinomen uit epitheel
  • Sarcomen uit steunweefsel
  • Maligne lymfomen uit lymfoïde weefsel
  • Blastomen uit cellen van zich ontwikkelend weefsel
  • Kiemceltumoren uit kiemcellen

Symptomen bij kanker

  • Er ontstaan gezwellen (tumoren). Hoewel het woord ’tumor’ voor patiënten vaak een angstige bijklank heeft betekent het niet meer of minder dan ‘zwelling’. Een tumor kan zowel goed- als kwaadaardig zijn. Een goedaardige tumor wordt ook wel benigne genoemd, een kwaadaardige maligne. Bij kanker is er sprake van maligne tumoren.
  • Kankerweefsel geneest niet goed en gaat makkelijk bloeden. Bloedverlies (b.v. bij ontlasting, urine, uit de tepel of bij hoesten) is een van de belangrijke vroege waarschuwingssymptomen
  • De gezwellen drukken op andere structuren en belemmeren daarvan de werking. Bij de darm kan bv. passage van voedsel onmogelijk worden; bij het ruggenmerg kunnen verlammingen ontstaan; in botten kunnen breuken optreden; bij zenuwen kan pijn ontstaan; in het hoofd ontstaan er ook andere neurologische problemen zoals epilepsie. Als het beenmerg door tumorweefsel wordt vervangen ontstaat ernstige bloedarmoede en stollingsstoornissen
  • Kanker veroorzaakt vaak verandering van de stofwisseling en regulatie daarvan (paraneoplastische syndromen), waaronder:
    Verhoogde hormoonproductie
    • Hersen-, zenuw- en/of spierafwijkingen
    • Bloed en stollingsafwijkingen
    • Huidafwijkingen
    • Koorts (tumorkoorts)
    • cachexie (vermagering), anorexie (verminderde eetlust)

Diagnostiek

Binnen de oncologie spelen beeldvormende onderzoeken een prominente rol. Belangrijke beeldvormende onderzoeken zijn:

  • Röntgenonderzoek
  • Echografie
  • CT-scan
  • MRI-scan
  • Skeletscintigrafie (botscan)
  • PET-scan

Naast beeldvormend onderzoek zal er ook altijd pathologisch onderzoek nodig zijn. Hierbij kan gekeken worden naar de kankercellen zelf (cytologie) en naar het verband tussen de kankercellen en de omgeving waarin ze liggen (histologie). Dit materiaal kan worden verkregen middels puncties met een naald of via operatieve verwijdering.

Vaak wordt operatief gekeken hoe ver het kankerproces is uitgebreid in het lichaam (lymfeklieren en metastasen op afstand).
Uiteindelijk wordt op grond van de diagnostiek het te volgen beleid bepaald.

Behandeling bij kanker

De behandeling van kanker kent twee mogelijke doelen:

  • curatie (genezing), indien mogelijk
  • palliatieve zorg (verzachten van de pijn en overige symptomen) als genezing niet meer mogelijk is

Binnen de oncologie bestaan de volgende behandelingsopties:

  • Chirurgie
  • Radiotherapie
  • Hyperthermie
  • Chemotherapie met behulp van cytostatica

Afhankelijk van de gevoeligheid voor het type behandeling van de tumorcellen, en/of mogelijkheid om het totaal operatief te verwijderen, en/of aanwezigheid van metastasen, wordt een combinatie van verschillende typen behandelingstechnieken gebruikt. De verschillende methoden kunnen in het kader van zowel de curatie als palliatie gebruikt worden.

Als er nog geen metastasen zijn, is het chirurgisch verwijderen van de tumor soms curatief. Bij te ver gevorderde kanker kan soms toch besloten worden tot chirurgie om bijvoorbeeld de pijn van de patiënt te verminderen.
Naast deze behandelingen zijn er ook nieuwe therapiën ontwikkeld, zoals gentherapie en immunotherapie. Deze experimentele behandelingen zijn vaak onderdeel van wetenschappelijk onderzoek.

Immunotherapie is inmiddels dagelijkse praktijk; bekendste voorbeeld is de behandeling van borstkanker met trastuzumab (Herceptin).

Voorbeelden van succesvolle, op eiwitten gebaseerde middelen van het Amerikaanse bedrijf Genentech, zijn bevacizumab (Avastin) (darmkanker), trastuzumab (Herceptin) (borstkanker) en rituximab (Mabthera) (non-Hodgkinlymfoom). Pfizer brengt het middel sunitinib (Sutent) (nierkanker) op de markt, en Bayer heeft sorafenib(Nexavar) (nierkanker).

Naast behandeling van het kankergezwel zelf, worden ook de symptomen zelf en bijwerkingen van de behandelingen behandeld door:

  • Pijnstillers en medicamenten die het effect van de pijnstilling versterken
  • Medicamenten tegen misselijkheid, of obstipatie, of droge mond

Hoe voorkom je kanker

Het risico op kanker kan belangrijk worden gereduceerd door een gezonde levensstijl. Niet roken, vermijd overgewicht, voldoende fruit en groente eten, en regelmatig bewegen zijn algemene aanbevelingen die niet alleen de kans op kanker, maar ook die op hart- en vaatziekten kunnen beperken.

Dit betekent niet dat je geen kanker kan krijgen als je gezond leeft. Ook dan is het risico aanwezig door andere externe invloeden als luchtvervuiling en zonlicht. Genetische aanleg kan onafhankelijk van externe factoren tot kanker leiden.

Preventie bij erfelijke kanker

Bij de preventie van erfelijke vormen van kanker komt vaak veel om de hoek kijken. Indien wenselijk kan bij familiaire vormen van kanker kan worden besloten tot familiair genetisch onderzoek. In principe mag dit niet gebeuren voor de leeftijd van achttien jaar.

Dit geldt echter niet voor erfelijke kankervormen waarbij op jonge leeftijd reeds veelvuldig onderzoek en soms zelfs preventieve behandeling nodig is. Een voorbeeld hiervan is de MEN2-mutatie. Bij dragers van deze mutatie wordt soms al op vijfjarige leeftijd de schildklier preventief verwijderd om schildklierkanker te voorkomen.

Bekend zijn de mutaties in het BRCA1-gen en het BRCA2-gen. Mutaties in deze genen geven vrouwen een verhoogd risico op het krijgen van borstkanker en ook eierstokkanker. Het BRCA2-gen kan bij mannen ook borstkanker veroorzaken. Vrouwen die draagster zijn van één van de gemuteerde genen kunnen besluiten preventief hun borsten te laten verwijderen. Hierbij zal een zeer zorgvuldige overweging gemaakt moeten worden door de vrouwen zelf.

Preventie cervix kanker

Infectie met het humaan papillomavirus kan aanleiding geven tot het ontstaan van een voorstadium van kanker van cervix of vulva, cervixcarcinoom en genitale wratten. Vaccinatie tegen het humaan papilloma-virus, voorkomt meer dan 50% van deze aandoeningen. Deze middelen zijn bekend onder de namen Gardasil en Cervarix.

Kanker onderzoeksinstituten

  • European Organisation for Research and Treatment of Cancer (EORTC)
  • International Agency for research on Cancer (IARC)
  • National Cancer Institute (USA)
  • Onderzoeksinstituut Antonie van Leeuwenhoek (AVL)
  • Nederlands Kanker Instituut (NKI)
  • Federation of European Cancer Societies (FECS)

Koos Dirkse

Nieuwste artikelen en onderwerpen