Een moeder over gemis, stilte en verbondenheid
Tussen mij en jullie staat iets van steen,
Geen echte muur, maar toch hard en gemeen.
Gebouwd uit stilte, uit dingen verzwegen,
Uit momenten waarin ik niets mocht bewegen.
Ik sprak niet luid, ik hield mij stil,
Omdat ik dacht: liefde schreeuwt niet, maar wil.
Ik wilde nabij zijn, zacht in gebaar,
Maar mijn stilte raakte jullie blijkbaar niet klaar.
Jullie ogen gaan langs me, zonder echt zicht,
Alsof ik vervaag in het dagelijkse licht.
Ik ben jullie moeder, dat blijft altijd waar,
Maar soms voelt het alsof ik onzichtbaar was, jaar na jaar.
We delen ons bloed, ons begin, onze naam,
Maar ik voel me verdwaald sinds het leven jullie nam.
In jullie jeugd ben ik langzaam vervlogen,
Niet uit onwil, maar door wat nooit werd gesproken.
Ik had geen woorden die hard konden klinken,
Geen stem die kon duwen, geen woede om te linken.
Ik hield me klein, koos voor vrede en rust,
Maar het leek of mijn liefde verdween in de kust.
