Waar het licht weer binnenvalt
Het is de stilte die als eerste breekt,
nog voordat de dag haar ogen opent.
Een vogel zingt, schor en aarzelend,
alsof hij zijn stem opnieuw moet leren.
De wind, ooit snijdend, is nu zachter,
strijkt langs takken die zich uitrekken
naar een hemel die lichter lijkt
dan gisteren, dan de winter zelf.
De eerste knoppen barsten open,
niet met haast, maar met een fluisteren.
Een belofte in groen, in geur,
in de tederheid van wat ontkiemt.
En ik, ik sta stil in het vroege licht,
voel hoe iets in mij zich uitstrekt,
hoe een oude kou oplost in iets nieuws
dat nog geen naam heeft.
Ik zet mijn voeten op natte aarde,
waar sporen verdwijnen in de zachtheid van de grond.
Elk jaar denk ik dat ik het moment zal missen,
dat ik te laat zal zijn om het begin te zien.
