Hoe meer risicofactoren voor vaatziekten men op middelbare leeftijd heeft, hoe hoger het risico is om de ziekte van Alzheimer te ontwikkelen op oudere leeftijd. Dit is de conclusie van een nieuwe studie, gepubliceerd in JAMA (Journal of the America Medical Association).
“Een hoger aantal risicofactoren voor vaatziekten op middelbare leeftijd kunnen het risico op dementie vergroten”, stellen onderzoekers vast. Vaatziekte wordt gedefinieerd als iedere aandoening, die de bloedsomloop beïnvloedt, de vaten die het bloed naar en van het hart geleiden.
Wat verstaat men onder vaatziekten
- atherosclerose, de verharding of vernauwing van de slagaders door de vorming van plaque;
- perifeer vaatziekte, de vernauwing van de slagaders in de ledematen.
Risico om vaatziekten te krijgen
- obesitas
- te hoog cholesterol gehalte
- hoge bloeddruk
- diabetes
- roken
Eerdere studies hebben een verband gelegd tussen risicofactoren van vaatziekten op middelbare leeftijd en een verhoogd risico op laterale dementie, met name de ziekte van Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie.
Dr. Rebecca F. Gottesman MD van de afdeling neurologie van de Johns Hopkins University School of Medicine in Baltimore concludeert dat het onduidelijk is of deze risicofactoren direct verband houden met de opbouw van beta-amyloïde in de hersenen. Beta-amyloïde is een eiwit, gerelateerd aan de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer. Het eiwit kan zich ophopen in de hersenen, waardoor ‘plaques’ worden gevormd die de communicatie tussen zenuwcellen verstoren.
Dr. Gottesman en haar team trachten met behulp van hersenbeelden via Positron Emissie Tomografie (PET) een beter inzicht te krijgen in de risicofactoren voor vaatziekten die bèta-amyloïde accumulatie in de hersenen kunnen beïnvloeden.
Risicofactoren bij vaatziekten die verband houden met hogere bèta-amyloïdgehalten
De onderzoekers analyseren de gegevens van 346 volwassenen zonder dementie, die al bijna 25 jaar deelnemen aan het Atherosclerosis Risk in Communities (ARIC) -PET Amyloid Imaging Study.
Erfelijke vaatziekten
Van steeds meer vaatziekten is een eenduidige erfelijke oorzaak bekend. In een gemiddelde huisartsenpraktijk hebben naar schatting zo’n 15 patiënten een erfelijke aanleg voor een vaatziekte. Vaak zonder dat zij dit zelf weten.
Als er een erfelijke oorzaak bij iemand wordt vastgesteld, kan dit consequenties hebben voor zijn/haar behandeling en controle adviezen. Daarnaast is er vaak ook gezondheidswinst voor de familieleden te behalen, omdat zij zo nodig tijdig preventieve maatregelen kunnen nemen.
De erfelijke hart- en vaatziekten zijn onder te verdelen in:
- Erfelijke cardiomyopathieën
- Erfelijke hartritmestoornissen (bijv. lange QT syndroom, LQTS)
- Aangeboren structurele hartafwijkingen
- Premature atherosclerose (bijv. familiaire hypercholesterolemie)
- Familiaire thoracale aneurysmata en aorta dissecties (FTAAD) inclusief syndromale vormen hiervan zoals Marfan syndroom
Feiten over de Ziekte van Alzheimer
- Meer dan 5 miljoen mensen in de Verenigde Staten leven met Alzheimer.
- de ziekte van Alzheimer is de zesde belangrijkste doodsoorzaak in de VS
- Meer dan 15 miljoen mensen in de VS leveren onbetaalde zorg voor mensen met Alzheimer of andere dementieën.
Tijdens de studie in de jaren 1987-1989 hadden de deelnemers een gemiddelde leeftijd van 52 jaar. Op dat moment werd gekeken naar de aanwezigheid van risicofactoren van vaatziekten, waaronder hoog cholesterol, roken, hoge Body Mass Index (BMI), hoog bloeddruk en diabetes.
Tussen 2011 en 2013 ondergingen deelnemers, met een gemiddelde leeftijd van 76 jaar, een onderzoek via PET om de toestand van bèta-amyloïde in hun hersenen te bekijken.
In vergelijking met deelnemers zonder risicofactoren voor vaatziekten blijkt, dat degenen die twee of meer risicofactoren hadden, aanzienlijk hogere bèta-amyloïde gehalte in hun hersenen hadden. Hoe meer vasculaire risicofactoren deelnemers hadden, hoe hoger het beta-amyloïde was.
In tegenstelling tot eerdere studies, waaruit men concludeerde dat risicofactoren van vaatziekten en bèta-amyloïde niveaus per ras varieert, vonden de onderzoekers dat ras hun bevindingen niet beïnvloedde.




